Nieuws

Bijdrage Federatie Wallonië-Brussel

TRANSVERSALE ANALYSE

Samenvatting

De bijdrage van de Federatie Wallonië-Brussel vertrok van goede bedoelingen, maar de acties waren niet erg concreet. In meerdere opzichten leek het plan meer op een diversiteitsplan dan op een antiracismeplan. Er had nauwlettend moeten worden opgevolgd of de strijd tegen racisme een echte plaats kreeg in de acties rond inclusie of in de algemene aanpak van discriminatie.

Door te hameren op het belang van vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging leek de regering vooral de instanties die dit plan moesten uitvoeren gerust te willen stellen.

Het hoofdstuk over onderwijs was erg vaag en pakte racistische discriminatie in de studieoriëntatie niet aan.

Een van de belangrijkste maatregelen bestond uit een antidiscriminatietest waaraan overheidsdiensten zouden worden onderworpen, met de mogelijkheid om sancties te treffen.

De volledige analyse lezen

Veel goede bedoelingen, weinig concreet

De bijdrage van de Federatie Wallonië-Brussel vertrok van goede bedoelingen, maar het was vaak moeilijk om te weten wat er concreet zou gebeuren om racisme te bestrijden. De analyse van de Coalition NAPAR wees onder meer op verschillende erg algemeen geformuleerde maatregelen die beter hadden moeten worden vertaald naar meetbare doelstellingen en operationele mechanismen.

Voor de publieke media hadden bijvoorbeeld meetbare kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen kunnen worden vastgelegd voor de diversiteit van de inhoud. Voor private media hadden subsidies als hefboom kunnen worden gebruikt, met criteria rond representativiteit.

In het onderwijs zou een dwingender kader, samen met de nodige opleidingen, nodig zijn geweest om de aanwervingsprocedures van docenten, schooldirecties en leden van raden van bestuur te objectiveren.

Veel aandacht voor diversiteit en inclusie

In meerdere opzichten leek het plan meer op een diversiteitsplan dan op een antiracismeplan. Begrippen als inclusie, interculturaliteit, diversiteit en discriminatie in het algemeen kwamen zeer vaak terug. Racisme heeft echter eigen dynamieken die specifieke antwoorden vereisen.

De analyse stelde ook vast dat brede antidiscriminatiebenaderingen zich vaak vertaalden in maatregelen rond gendergelijkheid, de strijd tegen homofobie of de participatie van personen met een handicap, terwijl de strijd tegen racisme meer weerstand opriep en het risico liep gemarginaliseerd te worden.

Daarom hadden er meer concrete acties moeten worden voorzien die specifiek op racisme gericht waren, zodat duidelijker was wat van de uitvoerende instanties werd verwacht.

Een aarzelende aanpak

Verschillende inleidingen bij strategische doelstellingen begonnen met een herinnering aan de vrijheid van meningsuiting. In een antiracismeplan zou het relevanter zijn geweest te benadrukken dat deze vrijheid, hoe belangrijk ook, niet absoluut was en binnen de antidiscriminatie- en antiracismewetgeving moest worden uitgeoefend. Dezelfde bedenking gold voor verwijzingen naar de vrijheid van vereniging en de autonomie van de culturele sector.

Onderwijs: een gemiste kans

Het hoofdstuk over onderwijs miste diepgang en bleef beperkt tot zeer abstracte algemene principes, zonder echte operationalisering. Voor studieoriëntatie waren preventieve maatregelen nodig geweest die leerkrachten hielpen hun beoordelingen te objectiveren en leerlingen gelijk te behandelen. De voorziene acties waren vooral gericht op de mogelijkheid voor leerlingen om beroep aan te tekenen.

Belangrijkste maatregelen

Openbare ambt

23/ Overheidsinstanties onderwerpen aan discriminatietests om de neutraliteit van hun diensten te beoordelen en na te gaan of werknemers in overheidsdienst ingaan op discriminerende verzoeken.

Dat ook sancties waren voorzien, was een positief element.

Deze maatregel kon bijdragen tot de schijn van onpartijdigheid van de ambtenaren. Het zou dus interessant zijn geweest om het dragen van levensbeschouwelijke tekens (front- en backoffice) terzelfde tijd toe te staan om een objectiever beeld te krijgen van eventuele problemen van partijdigheid die niet per geval konden worden opgelost – bijvoorbeeld door middel van bewustmaking en bestaande disciplinaire sancties.

26/ Het opstellen en uitvoeren van positieve en corrigerende actieplannen om vastgestelde discriminatie te verhelpen.

Voor deze positieve acties hadden kwalitatieve criteria moeten worden opgesteld, hun impact had regelmatig geëvalueerd moeten worden en de uitvoering ervan had een criterium voor de evaluatie moeten worden van de teamleiders en HR-afdelingen die ervoor verantwoordelijk waren.

Kinderen

71/ Informatiesystemen over de toegankelijkheid van diensten voor mensen met diverse achtergronden versterken.

Het zou cruciaal zijn geweest mensen met een migratieachtergrond te betrekken bij het verbeteren van de toegankelijkheid.

72/ Het aanbod van bijscholingscursussen voor professionals die werken in de opvang van kinderen uitbreiden met het thema ‘culturele diversiteit’ en de wederzijdse leerkansen die ze biedt.

Er had ook een specifieke module over de aanpak van structureel racisme moeten worden voorzien.

Onderwijs

48/ De opname van (de)kolonisatie, slavernij en de geschiedenis van migratie in de referentiekaders en curricula van het officiële onderwijs.

Dit hield in dat er criteria worden toegevoegd met betrekking tot

  • de kwaliteit van de pedagogische aanpak
  • de betrokkenheid van experten met een migratieachtergrond
  • de tijd die aan dit thema wordt besteed.

Cultuur

75/Opstart van een denkoefening over dekolonisatie/postkoloniale reflectie/het werken aan koloniale herinnering, waarbij de vraag wordt gesteld naar het verband tussen de rol van cultuur en het beheer van de koloniale erfenis.

De overheid leek zich te beperken tot bewustwordings- en denkoefeningen. Dekolonisatie vereiste echter concrete acties met impact op de praktijk. In het bijzonder streefcijfers en positieve acties voor de Raden van Bestuur, Algemene Vergaderingen en de directies van culturele instellingen.

78/ Vooroordelen bij aanvragen voor cultuursubsidies vermijden, zodat ze voor iedereen toegankelijk zijn.

De uitvoering van deze actie had met name gericht moeten zijn op

  • een meer inclusieve samenstelling van de jury’s
  • een inclusief communicatiebeleid
  • specifieke steun voor groepen wiens verenigingen ondervertegenwoordigd zijn op vlak van kandidaatstelling voor en goedkeuring van subsidieaanvragen.
79/ Betere vertegenwoordiging van mensen met een migratiegeschiedenis in evaluatiecommissies.

Zonder positieve actie zou deze actie haar doel hebben gemist. Het zou ook nodig zijn geweest om ervoor te zorgen dat mensen met een migratiegeschiedenis die deelnemen aan de evaluatiecomités een echte plaats krijgen in het besluitvormingsproces, op vlak van spreektijd, enz.

Media

49/ Onderzoek naar representativiteit (beeld van mensen met een migratieachtergrond) in de media.

Concrete acties om de representativiteit te verhogen en de beeldvorming bij te stellen waren toen al nodig, zonder de resultaten van de studie af te wachten. De ondervertegenwoordiging en overwegend negatieve beeldvorming van/over mensen met een migratiegeschiedenis in de media waren immers al bekend. De studie zou vooral nuttig zijn geweest om de omvang ervan te verduidelijken.

52/ Richtlijnen voor journalisten over het gebruik van inclusieve taal.

Deze richtlijnen konden helpen om stereotypen en vooroordelen te verminderen, zolang ze regelmatig onder de aandacht van de journalisten worden gebracht.

Sport

89/ Een strategie bepaken voor het melden van racisme in de sport en 91/ Specifieke ondersteuning voor de opvolging van meldingen.

Deze twee maatregelen konden racisme in de sport zichtbaarder maken en de doelwitten van racisme ondersteunen. De mensen die meldingen opvolgen, zouden baat hebben gehad bij training over de specificiteit van structureel racisme.

Jeugd

62/ Binnen het kader van de vrijheid van vereniging moedigt de Federatie Wallonië-Brussel jeugdsector aan om de diversiteit van jongeren in de structurele vertegenwoordigings-organen voor de jeugd te bevorderen.

Deze maatregel had concreter kunnen worden gemaakt door de financiering van deze organen afhankelijk te maken van het vastleggen van streefcijfers, het voeren van positieve acties en acties om structureel racisme te bestrijden.

Ontbrekende actie

Een belangrijke ontbrekende actie was de mogelijkheid om levensbeschouwelijke tekens te dragen in de openbare dienst (front- en backoffice), en ook voor leerkrachten en leerlingen in het secundair onderwijs.

Volgens de analyse zou deze maatregel:

  • de positie van veel vrouwen op de arbeidsmarkt aanzienlijk hebben verbeterd;
  • een deel van het antwoord op het lerarentekort hebben gevormd;
  • heel wat vooroordelen hebben kunnen doorbreken;
  • het zelfbeeld van leerlingen en daardoor ook hun schoolprestaties hebben kunnen versterken.

Vergelijkbare berichten