Analyse | Regeerakkoorden

Vlaamse gemeenschap | Analyse van het regeerakkoord 2024-29

Algemene analyse

De Vlaamse regering besteedt zeer weinig aandacht aan de aanpak van racisme.

Ze gaat het verst op vlak van de arbeidsmarkt: academische praktijktesten, een vlottere erkenning van buitenlandse diploma’s, antidiscriminatieclausules bij openbare aanbestedingen, actieplannen non-discriminatie. Toch laat ze enkele kansen liggen, zoals de invoering van proactieve juridische praktijktesten.

Op vlak van onderwijs houdt de regering het bij omstaanderstrainingen voor leerkrachten en leerlingen. Dit zal niet volstaan om structurele en institutionele vormen van racisme in het onderwijs aan te pakken.

Voor huisvesting voorziet de regering zelfs geen enkele antidiscriminatiemaatregel. Dit is extra pijnlijk omdat de regering tegelijk nalaat om de steeds acutere wooncrisis duurzaam op te lossen. Toegang hebben tot degelijke, betaalbare huisvesting is nochtans één van de belangrijkste sleutels om een menswaardig leven op te bouwen. Tegelijk betekent dit regeerakkoord voor sommige bevolkingsgroepen een achteruitgang op vlak van de toegang tot hun grondrechten.

Gelijke kansen worden voorwaardelijk, voor mensen die “bijdragen”. Dit is wel heel opmerkelijk: in de praktijkt zijn gelijke kansen en uitkomsten een voorwaarde om volwaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen, en niet omgekeerd.

De toegang tot (sociale) huisvesting wordt voor sommige groepen nog moeilijker: strengere taalvereisten, meer controles op buitenlandse eigendommen, de verplichte vermelding van informatie over verblijfsdocumenten in huurcontracten.

Ouders van schoolgaande kinderen die geen Nederlands spreken en geen Nederlandse les (kunnen) volgen, zullen financieel gesanctioneerd worden. Dit zal voornamelijk ouders met een migratiegeschiedenis benadelen.

Conclusie

De Vlaamse regering legt de verantwoordelijkheid om vooruit te geraken in het leven én om racisme aan te pakken vooral bij de inwoners zelf. Terwijl ze verwacht dat mensen hun kansen grijpen, laat ze zelf tal van kansen liggen om structurele racistische achterstelling tegen te gaan. Sommige voorstellen bevatten zelfs sporen van racisme en maken het nog moeilijker voor sommige bevolkingsgroepen om aan de samenleving deel te nemen. Tegelijk schrijft de regering dat er voor racisme geen plaats is. De NAPAR Coalitie nodigt elke minister dan ook uit om te bekijken welke bijkomende initiatieven mogelijk zijn binnen hun bevoegdheidsdomeinen om racisme terug te dringen. We gaan er graag over in gesprek.

Analyse per beleidsdomein

Interessant
Academische, sensibiliserende praktijktesten

Een stap in de goede richting, maar zonder stok achter de deur (in de vorm van juridische praktijktesten) zullen hardleerse werkgevers blijven discrimineren.

Gerichte controles door de sociale inspectie

Het is echter niet duidelijk of ze ook zonder een klacht af te wachten tot controles kunnen overgaan.

Een vlottere erkenning van buitenlandse diploma’s

Dit zal de arbeidsmarktpositie van mensen met een migratiegeschiedenis ten goede komen.

Non-discriminatieclausules bij openbare aanbestedingen

Zonder na te gaan of deze clausules nageleefd worden, zal dit echter geen effect hebben.

Actieplannen non-discriminatie met resultaatsverbintenis

De focus op het resultaat van de actieplannen klinkt veelbelovend. Om deze resultaten te kunnen meten, zal de regering kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren moeten voorzien. Tegelijk dient ze zich ervan verzekeren dat de aanpak van racisme in de actieplannen de nodige aandacht krijgt.

Wat ontbreekt?
Het stimuleren van positieve acties

De Vlaamse regering kan een belangrijke rol spelen om privébedrijven te stimuleren positieve acties te voeren. Ook zelf zal ze haar streefcijfers (zie openbare ambt) best hand in hand met positieve acties invoeren.

Juridische praktijktesten

Het is niet duidelijk of de controles door de sociale inspectie ook tot sancties kunnen leiden, noch of ze proactief zijn (of enkel na een klacht).

Interessant
Omstaanderstrainingen

Ook racisme dient in deze omstaanderstrainingen voldoende aandacht te krijgen. We pleiten ervoor dat de omstaanderstrainingen deelnemers bewustmaken van de structurele, institutionele dimensie van racisme, seksisme, homofobie en andere achterstellingsmechanismen.

Omstaander zijn betekent met andere woorden ook actie ondernemen om structurele verandering te bekomen: streven naar een inclusiever personeelsbeleid, procedures uitwerken om beter met discriminaties om te gaan, enz.

Het is echter niet duidelijk of ze ook zonder een klacht af te wachten tot controles kunnen overgaan.

Wat ontbreekt?
Beleidsmaatregelen om racisme bij de studieoriëntatie aan te pakken

De inspecties  zouden de opdracht kunnen krijgen om na te gaan welke stappen schoolteams zetten om de impact van vooroordelen op het lesgeven en de studieoriëntatie te beperken.

Beleidsmaatregelen om discriminatie bij inschrijvingen tegen te gaan.

Een centrale inschrijvingsplaats helpt om deze discriminatie te verminderen. Ook steekproefgewijs nagaan of leerlingen juist geregistreerd worden (thuistaal, GOK-kenmerken) kan de ruimte voor discriminatie verkleinen.

Interessant
Wat ontbreekt?
Juridische praktijktesten

Naast de academische praktijktesten die in tal van gemeenten gevoerd worden, is er ook nood aan juridische praktijktesten: praktijktesten die tot een sanctie kunnen leiden. Dit zou een taak kunnen zijn voor de wooninspectie.

Omkadering van de huurprijzen

De huidige huurschatter is niet bindend en mist daardoor zijn effect. De regering zou een meer dwingend mechanisme kunnen voorzien om betaalbaar wonen te garanderen.

Stimuleren van doortrekkersterreinen en residentiële terreinen voor woonwagenbewoners

De vorige regering  stopte de financiële ondersteuning van gemeenten voor de aanleg van doortrekkersterreinen en residentiële terreinen voor woonwagenbewoners.


We pleiten ervoor om deze financiering opnieuw in te voeren. Daarnaast zijn er bijkomende maatregelen nodig om gemeenten te stimuleren het recht op wonen voor woonwagenbewoners te waarborgen

Interessant
Streefcijfers voor diversiteit bij het personeel

De NAPAR Coalitie vraagt om de streefcijfers op te splitsen voor werknemers van West-Europese en niet-West-Europese afkomst. Dit is nodig om rekening te houden met de kwetsbaarheid van deze laatste groep op de arbeidsmarkt en met hun ondervertegenwoordiging binnen het personeel van de Vlaamse overheid

Omstaander zijn betekent met andere woorden ook actie ondernemen om structurele verandering te bekomen: streven naar een inclusiever personeelsbeleid, procedures uitwerken om beter met discriminaties om te gaan, enz.

Het is echter niet duidelijk of ze ook zonder een klacht af te wachten tot controles kunnen overgaan.

Wat ontbreekt?
Een duidelijke keuze om levensbeschouwelijke tekens toe te laten

De Vlaamse regering verschuift de verantwoordelijkheid naar de leidend ambtenaar, die een kwalitatieve, onpartijdige dienstverlening moet garanderen.


Dit biedt ruimte voor een toelating van levensbeschouwelijke tekens  voor ambtenaren – niet onbelangrijk indien de regering een werkzaamheidsgraad van 80% wil behalen.  Minstens 29 000 mensen werken immers voor de Vlaamse overheid.


Er zijn altijd betere alternatieven dan kledijvoorschriften om een onpartijdige dienstverlening te garanderen.
Om de gebruikers gerust te stellen, volstaat het trouwens om elke gebruiker onpartijdig te behandelen:  wie steevast zo behandeld wordt, heeft geen reden meer om te denken dat iemand die een levensbeschouwelijk teken draagt partijdig zou zijn.

Positieve acties

Naast streefcijfers zijn er ook positieve acties nodig om meer mensen aan te werven die zelf – of van wie één ouder of twee grootouders – buiten West-Europa geboren zijn.

Een structurele aanpak van racisme

Meer inclusie bij het personeel is één zaak, maar dit gaat best hand in hand met maatregelen om racisme te voorkomen en kordaat aan te pakken. De actieplannen non-discriminatie met resultaatsverbintenis zouden ook in Vlaamse administraties uitgerold moeten worden.

Vergelijkbare berichten